Tachograaf en bestuurderskaart – gegevensbank

Patryk Domagala 12.12.2014

Verschillende landen, dezelfde bepalingen

Dankzij de open grenzen in de Europese Unie het wegvervoer van goederen is een belangrijke en groeiende branche. Zo belangrijk dat het is besloten om de regels op dit gebied in alle landen te standaardiseren. Voor vervoerders is dit heel goed nieuws, want door de nationale voorschriften te leren kennen, leren ze tegelijk de regels die in de gehele Gemeenschap gelden. Waar ook de bestuurder zich bevindt, heeft altijd dezelfde verplichtingen ten aanzien van de opname van zijn werktijden. Hoe vaak moeten dan de gegevens van de digitale tachograaf en bestuurderskaart worden afgelezen? Laten we eens kijken.

Tachograaf en bestuurderskaart (1)

Voertuiggegevens slechts een keer in drie maanden

Een verplichting om in elke vrachtwagen een tachograaf te instaleren, is vastgesteld in de Europese wetgeving inzake het wegvervoer – het AETR Verdrag van 1970 en de verordeningen van de Raad (EEG) num. 3821 van 1985, en het Europees Parlement en de Raad (EG) num. 561/2006 van 2006. Deze bepalingen vormen de basis op grond waarvan de ondertekenaars van het Verdrag zijn verplicht om hun eigen landelijke voorschriften voor te bereiden.

Volgens de voorschriften, de standaard termijn voor het aflezen van de voertuiggegevens bedraagt tenminste 90 dagen. Tegelijkertijd zijn er een aantal uitzonderingen op deze regel – en dus, chauffeur is verplicht tot het onmiddellijk opschrijven van geregistreerde gegevens:

  • vóór definitieve overdracht van het voertuig aan een andere entiteit
  • bij een storing van digitale tachograaf, wanneer het ophalen van de gegevens nog mogelijk is
  • alvorens een terugtrekking van een voertuig met digitale tachograaf uit gebruik

Bovendien kan gegevenslezing worden vereist:

  • vaker dan een keer in 90 dagen – indien er een risico bestaat van verlies van de opgenomen informatie, of
  • op verzoek van een bevoegde overheidsinstantie of een andere bevoegde autoriteit

Denk vaker over de bestuurderskaart

Elke bestuurder naast de voertuiggegevens te registreren, is ook verplicht om zijn eigen werktijd bij te houden – daartoe dient o.a. de bestuurderskaart. Het aflezen van de gegevens moet hier vaker dan bij het voertuig gebeuren – de voorgeschreven frequentie bedraagt ten minste een keer per 28 dagen.

Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. Vakere aflezing van de gegevens uit de bestuurderskaart moet worden uitgevoerd:

  • vóór beëindiging van de tewerkstelling van een bestuurder
  • vóór het verstrijken van de overeenkomst op grond waarvan een bestuurder het vervoer voor een transportbedrijf heeft uitgevoerd
  • vóór het verlies van de geldigheid van de bestuurderskaart

Net als bij de voertuiggegevens, de eerdere aflezing uit de bestuurderskaart mag worden uitgevoerd in het geval van:

  • een risico van verlies van gegevens of
  • op verzoek van een bevoegde overheidsinstantie of een andere autoriteit

Formaliteiten uitgevoerd tot de laatste punt

Bij het aflezen van de gegevens van de tachograaf en de bestuurderskaart houd aan de basisprincipes. De informatie mag alleen in originele formaat worden opgeslagen. Momenteel zijn er vier dergelijke formaten beschikbaar en de meest gebruikte zijn ESM en minder vaak DDD.

De opgeslagen gegevens moeten voor 12 maanden worden bewaard. Zorg ervoor dat de informaties, conform de voorschriften, tegen beschadiging of ongeoorloofde toegang worden georganiseerd en beschermd.